Maak nu een gratis account aan om volledige toegang te krijgen.@headerTag>
Voordelen van het Coloplast® Professional Educatief Platform
- Krijg volledige toegang tot alle educatieve inhoud, evenementen en artikels
- Volg uw voortgang
- Deel inhoud met uw collega's
- Deel ondersteunend materiaal met uw patiënt
LARS (Low Anterior Resection Syndrome)
LARS ontstaat na een chirurgische ingreep aan de endeldarm, vaak bij behandeling van rectumkanker. Door het verwijderen van een deel van de endeldarm en het verplaatsen van de darmnaad, raakt de reservoirfunctie van de endeldarm verstoord. Dit leidt tot klachten zoals fecale urgentie, incontinentie, verhoogde stoelgangfrequentie en fragmentatie. De controle over de ontlasting is verminderd, wat een grote impact heeft op de levenskwaliteit.


Uitdaging bij de patiënt:
Onvoorspelbare darmproblemen bij LARS-patiënten veroorzaken stress en schaamte, waardoor het leven minder aangenaam wordt. Het beheersen van frequente en urgente stoelgang kan overweldigend aanvoelen, waardoor patiënten gefrustreerd en geïsoleerd raken. Velen lijden thuis in stilte, aarzelend om hulp te vragen, terwijl ze zelf omgaan met het uitputtende proces van darmbeheer.
Uitdaging voor zorgprofessionals:
Zorgprofessionals moeten darmspoelen afstemmen per patient om LARS-symptomen zoals fecale urgentie en incontinentie te beheersen zonder andere problemen te verergeren, waarbij de algehele toestand van de patiënt in evenwicht wordt gebracht.
Symptomen en gevolgen na anterieure resectie
De meest voorkomende klachten bij LARS zijn incontinentie (97%), een verhoogde stoelgangsfrequentie (80%) en aandrang (67%).
Hoe vaak en hoe ernstig?
LARS treedt op bij 60-90% van de patiënten en kan jarenlang na de operatie aanhouden.Meer dan de helft van alle patiënten heeft na de operatie last van ernstige LARS. 80% van de patiënten met LARS ervaart een duidelijke beperking van de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven.1
LARS-score
De ernst van LARS wordt gemeten met de LARS-score, een gevalideerde vragenlijst bestaande uit vijf vragen over frequentie van ontlasting, clustering van stoelgang, urgentie, incontinentie en eventuele aanpassingen in het dagelijks leven. Afhankelijk van de score wordt LARS ingedeeld als licht, matig of ernstig, wat kan helpen bij het bepalen van passende behandelingen en begeleiding.1
LARS heeft een aanzienlijke impact op de kwaliteit van leven van patiënten, zowel fysiek als psychisch. Interventies kunnen bestaan uit dieet- en medicatieaanpassingen, bekkenbodemtherapie, biofeedback, en in sommige gevallen chirurgische oplossingen. Het vroegtijdig signaleren en behandelen van LARS kan helpen om de gevolgen voor het dagelijks leven te verminderen.
Risicofactoren
Er zijn een aantal factoren die de kans op het ontwikkelen van LARS vergroten:
- Bestraling van de endeldarm voor of na de ingreep
- Chemotherapie na de ingreep
- Aanhechtingsplaats: hoe dichter bij de sluitspier, hoe meer risico op LARS
- Tijdelijk stoma
De realiteit na sfincterbehoud
Er wordt algemeen geschat dat bijna 50% van de patiënten die een sfincterbehoudende operatie heeft ondergaan, ernstige LARS ervaart. Deze hoge prevalentie toont aan dat het behoud van de sluitspier niet altijd gelijkstaat aan het behoud van een normale darmfunctie.
De klachten kunnen sterk variëren: tot 97% van de patiënten rapporteert incontinentie, 80% ervaart een verhoogde stoelgangsfrequentie, en 67% heeft last van aandrang (urgency). Bovendien geeft 80% aan dat deze klachten een negatieve invloed hebben op hun levenskwaliteit.2
De gevolgen van ernstige LARS kunnen dus aanzienlijk zijn, met beperkingen in sociale activiteiten, werk en dagelijks functioneren. Het vroegtijdig identificeren van risicofactoren en het aanbieden van gerichte interventies zijn daarom essentieel om de kwaliteit van leven van deze patiënten te verbeteren.